“Onze bewoners voelen zich gelukkig en thuis”

  • Eigen regie
  • 10 jaar ervaring
  • Ondersteuning tijdens het hele traject

David woont sinds 2008 in Ons Huis in Eindhoven. Dit jaar vieren alle negen de bewoners en hun ouders het tienjarige bestaan van hun wooninitiatief. Helga Sanderse, moeder van David: “Wij hopen als ouders dat zij hier oud en gelukkig worden.”

“Toen we in 1999 begonnen waren we een zootje ongeregeld. De zorg was heel anders hier in Brabant. Bij instellingen werd er veel in groepsverband gedaan en iedereen had een klein kamertje. De zorgvraag kwam vanuit de zorginstelling en minder vanuit de ouders.

Vanaf 2004 tot 2008 zijn we gericht met Ons Huis bezig geweest. We hadden een zorgvraag: ‘Wie vragen wij om zorg te verlenen aan onze kinderen?’. Dat is een heel uitgebreid traject geweest, waarbij we ook landelijk gezocht hebben. ‘Wie wil met ons meedenken? En wie wil meehelpen met het opzetten van het wooninitiatief?’.

Fittin wil samen met ouders zorg opzetten

Uiteindelijk is daar Prisma uit voortgekomen. Bij het opzetten van Ons Huis hebben zij ons heel intensief geholpen. Voordat Ons Huis werd gebouwd hadden wij contact en spraken we uitgebreid over de invulling van de zorg. Waar Fittin bijzonder in was? Dat zij vooral samen met de ouders de zorg wilde opzetten en daar het beste uit wilde halen.

In Ons Huis zijn alle ouders lid van het algemeen bestuur. We vergaderen ongeveer acht keer per jaar en wij nemen de beslissingen. Wij weten wat wij fijn vinden voor onze kinderen en onze kinderen hebben ook veel inspraak. Dat koppelen we terug naar Prisma. Hierdoor hebben we zorg op maat en een woning op maat gecreëerd.

Bewoners zijn meelevend

Wat ik zo knap vind is dat de bewoners zich zo goed kunnen inleven in elkaar. Ze hebben allemaal een verstandelijke beperking. Maar ze zijn altijd heel meelevend. Er is een bewoner die visueel gehandicapt is. Toen hij hier kwam wonen zeiden ze: ‘Jongens er mogen nu geen tassen meer over de vloer slingeren!’. Er heeft nooit meer een tas op de vloer gelegen.

De bewoners zijn ook enorm gegroeid de afgelopen jaren. Ze weten veel van het dagelijkse reilen en zeilen. We hebben als ouders altijd gezegd dat ze betrokken moeten zijn, het is geen hotel. Ze weten dat er opgeruimd moet worden, ze helpen mee met koken. En daarin groeien ze steeds meer.

Hoe zorgen we voor een langdurig bestaansrecht?

Wij hopen als ouders dat ze hier oud en gelukkig worden. Hoe? Daar zijn we nog steeds over in discussie. Je blijft hopen dat ze zo lang mogelijk hier kunnen blijven wonen. Als je een wooninitiatief opzet moet je erg toekomstgericht zijn. ‘Hoe zorgen wij voor een langdurig bestaansrecht?’ Je moet ook zorgen dat je als ouders fris en fruitig blijft. Dus ga af en toe gezellig met elkaar eten, waardoor je ook leuk en geïnteresseerd in elkaar bent als ouder.

Mensen in onze omgeving zeggen: ‘Goh, je bent nu al tien jaar bezig en er nog steeds zo druk mee?!’ Je trekt je niet zomaar terug uit het initiatief, want het blijft bij je. Je hart zit hier. Wij zijn het meest trots op het feit dat we al tien jaar bestaan en dat de bewoners zich hier gelukkig en thuis voelen. Als een bewoner bij zijn ouders heeft gelogeerd zegt hij vaak: ‘We gaan weer naar huis’. En dat is wat je wilt bereiken. “